De fanfare

Het was al na twaalven, maar Joske lag nog steeds te woelen in zijn bed. Hij wist niet goed hoe dat kwam want hij was heel moe van een hele dag spelen. Hij luisterde naar de stilte in zijn kamer.

Maar helemaal stil was het niet, want in de verte hoorde hij iets wat vaag op het geluid een trompet leek.

Hij concentreerde zich op het geluid dat steeds dichterbij leek te komen. Het trompetgeschal zwelde aan en hij hoorde nu ook een klarinet, een dwarsfluit, een xylofoon en tromgeroffel. “Ta-tateratataaaa, tatateratataa, bom bom bomderom”. Het leek wel of er een kleine fanfare de woonkamer onder zijn slaapkamer was binnengestormd.  Hij hoorde de deur van de woonkamer openzwaaien. Het geluid was nu heel duidelijk hoorbaar. Hij hoorde zware schoenen die op het ritme van de muziek op de trappen naar zijn slaapkamer ploften. Tak-tak-tak-tak. Teteratataa, bomberombombom, tingetingeting.

De muziek was nu oorverdovend. Joske zat nu opgewonden recht in zijn bed, het maanlicht piepte via een kier tussen de gordijnen naar binnen. Hij hoorde hoe de fanfare bovenaan de trap was aangekomen en met een trage maar vastberaden tred koers zette in de richting van zijn slaapkamer.   Tak-tak-tak-tak. Boemboemberoemboemboem, fwiet-fwiet-fwiet. IIIIIIEEEEEE!

De deur van Joskes slaapkamer zwaaide open. Joske zag als eerste de trompettist zijn kamer binnenstappen. Een dikke, kleine man met een snorretje, bolle kaken en roodaangelopen gezicht. De andere muzikanten liepen netjes in een rijtje achter hem aan. Een kleine meisje met rood haar en vlechtjes speelde dwarsfluit. Een guitige jongen met sproetjes bespeelde de xylofoon die op zijn buik rustte en op zijn rug was vastgebonden. Vervolgens volgde een mager mannetje met een brilletje en een klarinet. Een grote, uitbundig lachende kalende man met een grote trommel sloot het rijtje af.

Ze liepen nu in een kringetje rond zijn bed en speelden fanfarenummertjes dat het een lieve lust was.

Joske kon niet geloven wat er zich voor zijn ogen en oren afspeelde. Hij klapte in zijn handen en kirde van plezier.  Na een rondje of tien ging de trompettist weer langs zijn deur de kamer uit, de andere muzikanten volgden. Ta-tateraa, bombombom, fwietfwietfwie,…

Zijn slaapkamerdeur zwaaide weer dicht en het geluid werd steeds stiller tot er in de verte weer nog enkel een vaag trompetgeschal hoorbaar was. En daarna.. Niets meer… Stilte…

De volgende ochtend werd Joske wakker met een glimlach op zijn gezicht en een licht gesuis in zijn oren. Zijn dag kon niet meer stuk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *